Feeds:
Posts
Comments

Net als Cort voelt Rutte tijdgeest aan
beweert Hans Goslinga – in TROUW – Opinie 29/09/13, 08:00

“NRC Handelsblad publiceert vandaag de uitslag van een enquête naar wie de beste premier van het land was sinds 1900. Ik heb Cort van der Linden bovenaan gezet, omdat hij met zijn doorbraken scherp aanvoelde dat de tijd rijp was voor een volwaardige democratie, waarin ook arbeiders, kleine luyden en vrouwen een stem kregen en de pluriformiteit van opvattingen werd erkend. In dit perspectief gaf de voor visieloos versleten Rutte eveneens blijk van gevoel voor de geest van de tijd: ‘Het land is verder dan de politiek. De mensen regelen zelf al wat ze samen, onafhankelijk van de overheid, kunnen regelen’.”

reactie jerry mager  29/09/13 19:20

Dat meneer Goslinga een fan, een groupie bijna, van premier Rutte is, weten we intussen allemaal. Maar, maar, maar ….. is dat reden om de brave Cort zo tekort te doen? Door Rutte met hem te vergelijken, bedoel ik. De tijdgeest die Cort eventueel aanvoelde, is trouwens een heel andere die Rutte volgens HaGos zou aanvoelen. Misschien pleit het juist voor iemand wanneer zij déze tijdgeest niét zo goed aanvoelt? Ik weet bijna zeker van YES! Niet-aanvoelen dus.

Advertisements

door Jerry Mager
(donderdag 2 mei 2013)

War is peace.
Freedom is slavery.
Ignorance is strength.

Doublethink means the power of holding two contradictory beliefs in one’s mind simultaneously,
and accepting both of them.

The best books… are those that tell you what you know already.

Until they became conscious they will never rebel, and until after they have rebelled they cannot become conscious.

The choice for mankind lies between freedom and happiness and for the great bulk of mankind, happiness is better.

― George Orwell, 1984

De managersuniversiteit is failliet: Tijd voor verandering! Onder deze titel vond donderdag 25 april 2013 in de aula van de VU aan de De Boelelaan te Amsterdam het symposium plaats van het ‘Platform Verontruste VU’ers ‘ – van 16:00-18:00.
De medewerkers-wetenschappers-docenten staat het water aan de lippen, zij willen af van het bedrijfsmatige modeldenken onder ‘ leiding’ van managers. Ze staan met hun rug tegen de muur, vluchten kan nergens meer naartoe, want alles is inmiddels gecommodificeerd – tot vermarktbare handelswaar benoemd – en managers maken overal de dienst uit. Alleen de moneymakers (geneeskunst, farmacie en nog wat bèta-departementen) zullen nog enigszins ‘ vrij’ kunnen werken – zo lang ze tenminste geld in het laatje brengen. De rest dient als behang en franje en natuurlijk als excuus voor management-banen, de overhead, die in feite parasiteert, al mag je dat nooit hardop zeggen.

De tegenwoordige universiteit is een grote koekjesfabriek die diploma’s uitspuwt en gecertificeerden aflevert. Wetenschappelijke fraude en corruptie in vele vormen en gradaties, is daar onlosmakelijk mee verbonden, evenals het controleren en disciplineren van de werkers, vooral middels ‘auditing’. Kort door de bocht – u moet de boeken vooral zelf lezen en analyseren – vat ik de geschiedenis die voorafgaat aan waarvoor we op 25 april daar in die VU-aula zaten schetsmatig samen met verwijzing naar drie boeken: 1)The Great Transformation (1944) van Karl Polanyi; 2)The Managerial Revolution: What is Happening in the World (1941) van James Burnham en 3) Animal Farm (1945) van George Orwell.
Momenteel zitten we (althans in West- Europa en de VS) in een fase die volgens mij goed is te begrijpen vanuit het perspectief dat deze boeken aanreiken. Hieronder in steekwoorden de drie boeken.

Ad 1) Karl Polanyi behandelt de commodificatie van land, arbeid en geld, om deze geschikt te maken ter verhandeling op de markt. Voornaamste aanleiding en oorzaak was de industriële revolutie met zijn massaproductie. Van de drie entiteiten liet en laat arbeid zich het moeilijkste commodificeren. Zeker hoofdarbeid. Commodificatie is wezensvreemd aan lesgeven, onderwijzen en doceren en het behandelen van dergelijke arbeid als marktwaar is een kunstmatig gebeuren dat vele ernstige nadelen, negatieve externalities, met zich brengt. Het meeste nefaste is het ontnemen van hun beroepstrots aan de vaklui en de demoralisatie van die beroepsuitoefenaren. Het is een pernicieus proces van gestage erosie dat al vele decennia de kwaliteit van ons onderwijs over de hele linie en in den brede uitholt en aantast en moeilijk zal zijn terug te draaien. Het is immers alleen baron Münchhausen gegeven zichzelf bij de haren uit het moeras te trekken.
Commodificatie gebeurt vooral om de managers gereedschappen te verschaffen waarmee zij hun pseudo-controletaken (vooral doorlopende ‘auditing’) kunnen uitoefenen.
Waar de commodificatie van geld toe heeft geleid, bewijzen de mondiale financiële crises, die volgens mij alleen in hevigheid en omvang zullen toenemen. Bij onze onderwijsinstellingen zijn de afdelingen Financiën en Vastgoed inmiddels alles-dominerend en de productie van diploma’s staat min of meer in dienst van die twee. Marketing vervult onder het mom van Communicatie & Voorlichting een minstens zo dominante rol. Kennisverwerving en – overdracht (Bildung al helemaal niet meer!) is niet langer het primaire proces – terwijl we in Newspeaktermen (zie Orwells 1984) om de oren worden geslagen met ‘De Kenniseconomie’.

Ad 2) James Burnham vertelt over de machtsovername door de managers (de bewindvoerders) die de kapitalisten allengs verdrongen en nu als lege posities bewegen op een soort van virtueel schaakbord van controle en macht. Zij brengen zelf niets tastbaars voort, zij managen alleen maar en worden daar royaal voor betaald, royaler dan degenen die het eigenlijke werk verrichten. Van dienaren zijn ze sluipenderwijs bazen en opzieners geworden, rasechte koekoeksjongen. Ik denk in dit verband altijd aan het Dickens-personage Uriah Heep.

Ad 3) George Orwell tenslotte illustreert met zijn satire Animal Farm dat het maatschappelijk proces overal op deze planeet op hetzelfde uitdraait. Oorspronkelijk geschreven om het communistische systeem aan de kaak te stellen, is Animal Farm vandaag de dag integraal toepasbaar op onze op democratische leest geschoeide maatschappij: er zullen altijd meesters/uitbuiters en slaven/uitgebuiten zijn. Overal ter wereld en onder welke ideologische denominatie dan ook. Het oppervarken Napoleon dat de scepter zwaait over de Boerderij der dieren, staat exemplarisch voor de moderne manager, inclusief de parallelle fancy titels en catchy functieomschrijvingen: “pigs liked to invent for him such titles as Father of All Animals, Terror of Mankind, Protector of the Sheep-fold, Ducklings’ Friend, and the like”. Het meest kenmerkende aan Orwells varkens en de parallelle moderne managerskaste echter is het zinloze (papier-)werk dat ze verrichten:

“Somehow it seemed as though the farm had grown richer without making the animals themselves any richer-except, of course, for the pigs and the dogs. Perhaps this was partly because there were so many pigs and so many dogs. It was not that these creatures did not work, after their fashion. There was, as Squealer was never tired of explaining, endless work in the supervision and organisation of the farm. Much of this work was of a kind that the other animals were too ignorant to understand. For example, Squealer told them that the pigs had to expend enormous labours every day upon mysterious things called “files,” “reports,” “minutes,” and “memoranda”. These were large sheets of paper which had to be closely covered with writing, and as soon as they were so covered, they were burnt in the furnace. This was of the highest importance for the welfare of the farm, Squealer said. But still, neither pigs nor dogs produced any food by their own labour; and there were very many of them, and their appetites were always good.” (het staat in Chapter X)

Tussen de mensenmanagers en de varkensbazen bestaat geen wezenlijk verschil, beide hebben hetzelfde belang, het arbeidsprobleem: “ Between pigs and human beings there was not, and there need not be, any clash of interests whatever. Their struggles and their difficulties were one. Was not the labour problem the same everywhere?”

Of, op welke wijze en wanneer de wal het schip tenslotte zal keren, vind ik een boeiende en ook een ietwat beangstigende vraag. Op internet kunt u veel googelen over de drie door mij genoemde boeken en auteurs. De boeken zijn te koop. Burnham antiquarisch zelfs in Nederlandse vertaling bij Leopold: Machtsvorming der bewindvoerders.

Een hoopgevend bericht vind ik dat enkele belangrijke Duitse(!) universiteiten besloten schijnen te hebben niet langer aan de algehele verdwazing mee te doen en geen data meer zullen aanleveren ten bate de internationale rankings, waarmee universiteitsbestuurders de blits maken, elkaar de loef afsteken en hun onderlingen onder sim houden.

door professor Dr. Gert Peersman. Universiteit Gent. Financiële economie.
De Standaard, dinsdag 22 januari 2013

# ingekort, zie DS voor full text

Het is verbijsterend om het sociale overleg te volgen. Alsof de tijd een halve eeuw heeft stilgestaan. Bij vakbonden gaat het alleen over het status-quo van sociale verworvenheden en (gemiste) hogere lonen boven op de index. Werkgevers zijn geen haar beter. Via een goed uitgekiende lobby- en mediacampagne hebben ze de mantra van te hoge loonkosten tot voornaamste staatsprioriteit verheven. En dan is er de alsmaar terugkerende hete aardappel arbeiders-bedienden. Spontaan denk ik dan: zet die plaat toch af! We leven in de eenentwintigste eeuw. ( …………………. )
Denken dat je dit met besparingen in de overheidsuitgaven of vermogensbelastingen kan opvangen, is wereldvreemd. Hoe je het ook draait of keert, we zullen allemaal langer moeten werken indien we in de toekomst nog een menswaardige sociale zekerheid willen hebben. Logisch. Sinds 1925 is de wettelijke pensioenleeftijd 65 jaar. Met een gemiddelde levensverwachting van 58 jaar, was men toen bij de pensionering statistisch al overleden. Onze levensverwachting is ondertussen al ruim 80 jaar, terwijl de gemiddelde effectieve pensioenleeftijd amper 59 jaar bedraagt. Het ligt voor de hand dat ons loopbaanmodel onhoudbaar is geworden. Langere loopbanen zijn de sleutel voor zowel het vrijwaren van de sociale zekerheid als de competitiviteit van bedrijven. ( ……………. )
Wanneer ik lezingen geef over de vergrijzingsproblematiek is de eensgezindheid bij alle aanwezigen opvallend. Iedereen beseft dat een ander arbeidsmarktmodel noodzakelijk is, en dat langer werken daarbij cruciaal is. Iedereen, behalve de sociale partners blijkbaar. Zij gedragen zich zoals het orkest van de Titanic door te discussiëren over de lonen en verworvenheden van een beperkte groep werkenden, terwijl het schip aan het zinken is. ( …………. )

# voor full text zie De Standaard#

Op 22 januari 2013, zei Jerry Mager:

Gert Peersman heeft vanzelfsprekend en objectief gelijk. Alleen, waarom ons nu het mes op de keel zetten en de Titanic als een roestige oude koe uit de oceaan gevist? Straks krijgen we dit zelfde riedeltje over onze fossiele brandstoffen. Daarvan kan iedereen op zijn klompen aanvoelen dat die ooit op raken. We kunnen – als we dat tenminste werkelijk willen – berekenen hoe lang nog. Geen politieker die ervan gewaagt. Integendeel: nóg groter vliegtuigen bouwen, voor nonsens-doeleinden en flutvakanties. Langer werken, okay, mits niet elke job je door de strot wordt geduwd met die Titanic-dreiging in je nek. Dát is wat mij altijd dwars maakt: de meeste mensen zijn heus redelijk en tamelijk genereus is mijn ervaring, maar ga ons niet chanteren en koejoneren. Laat de politiekers nou eens werkelijk lange termijn visie ventileren. Ook als het op het eerste gezicht impopulaire ingrepen betekent! Waarom toch altijd eerst de nood (onnodig) aan de man laten komen!? En dan schijnheilig zeggen: eigen schuld!

Op 23 januari 2013 zei Jerry Mager:

Het gebruik van de Titanic door GP kan leerzaam zijn en niet louter als leuke metafoor fungeren, wanneer u bijvoorbeeld op de site van The London Review of Books koekeloert, in het recente review-essay van Thomas Laqueur (vrij toegankelijk): ‘Why name a ship after a defeated race?’ Veel, zo niet alle, dommigheden die keer op keer worden begaan en steeds herhaald, staan hier aanschouwelijk opgesomd. Denk bijvoorbeeld aan de Titanic-achtige Euro-zone-constructie. Kennis van goede literatuur (ook fictie!) en geschiedenis blijkt steeds opnieuw noodzaak! Peuter dat echter politiekers en andere neanderthalers (de uitzondering bevestigt altijd de regel) maar aan het garnalenverstand. De vergrijzing wordt ons nu liefst als een ‘tsunami’ (een onvoorziene natuurramp, net als ‘de’ financiële crisis en ‘de’ recessie) gepresenteerd. Ongelooflijk eigenlijk. Voor hoe dom ‘ze’ ons durven verslijten.

Op 24 januari 2013, zei Jerry Mager:

Frappant om te constateren dat het stuk van Peersman sterk in dezelfde geest geschreven is als het artikel van John Lanchaster (‘The shit we’re in’) in de London Review of Books van 03.01: we zitten in hetzelfde schuitje (i.e. de Titanic) en moeten allemaal inleveren. Richard Drayton legt in de LRB 24.01 opnieuw uit (hij is niet de eerste) dat Besparingen e.d. vooral dienen om de transfer van publieke diensten en goederen naar private ondernemingen te rechtvaardigen. Wij krijgen het mes op onze keel: het kan nu eenmaal niet anders, het is slikken of stikken. Dit proces is al 33 jaar aan de gang en wordt nu versneld: ‘The price of austerity will be a long-term decline in the standard of living of the majority of the population’ en resulteert in: ‘transferring wealth from the poor and middle classes to the richest.’ Zo bezien, aldus Drayton: ‘a powerful minority might consider this success rather than ‘failure’.’

Door Abdelkader Benali (NRC 27 april 2012)

” Als kind las ik te hooi en te gras. Alsof ik nog maar één dag te leven had. Met verbazing kijk ik soms op die tijd terug. Alle edities van Suske & Wiske? Ik kende ze van voor naar achter. Nu denk ik: waarom vond ik dat toen mooi? Waar was ik mee bezig?
Dat vraag ik me ook nog geregeld af bij de Thule-trilogie van Thea Beckman. In die utopische romans beschrijft Beckman een maatschappij gedomineerd door vrouwen. Maar waarom zou je dat als schrijver doen, een utopie creëren? Daarin moet alles perfect zijn. Uit die behoefte zijn in de twintigste eeuw verschrikkelijke gebeurtenissen voortgekomen. Richt je op misstanden, denk ik nu. Dat is de voornaamste taak van een schrijver.
Naarmate ik ouder word, wordt het steeds moeilijker een favoriet boek te kiezen. Er komen er jaarlijks zoveel mooie bij. Auteurs uit mijn jeugd krijgen wel meer betekenis. Zoals Franz Kafka. Ik ontdekte hem bij toeval, in het gangpad van de plaatselijke bibliotheek. Op de grond lag een prachtig geïllustreerd boekje, letters gedrukt op glanspapier, over een ten onrechte veroordeelde man. Het bleek Kafka’s Het proces te zijn.

Aansluitend las ik De gedaanteverwisseling. Dat boek maakte een enorme indruk op me. Alleen al de eerste zin van dat boek ontroerde me: ‘Toen Gregor Samsa op een morgen uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een monsterachtig ongedierte was veranderd.’ Deze zin hakte er in. Het was een bijl tussen de wenkbrauwen. Het opende mijn verbeelding. Voor het eerst zag ik de kracht van de eerste zin. Ik voelde direct dat ik iets bijzonders in handen had.
Ik las De gedaanteverwisseling in een onzekere fase. Ik was jong volwassen en op zoek naar bevestiging, naar een baan, naar een droom, aandacht. Ik kon lachen om het gestuntel van Gregor die zijn staat-van-zijn angstvallig probeert te rationaliseren. Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever. Gaandeweg raakte Gregors ontreddering en wanhoop verknoopt met mijn eigen gevoel. Ik werd Gregor. Ik herkende mijn eigen vertwijfeling. Die kinderen die altijd zo onaardig tegen me doen, vinden me eigenlijk wel aardig, toch?

Na de vertwijfeling kwam de bevrijding. Want dat deed dit boek voor me: het bevrijdde me. In zijn monologue intérieur rationaliseert Gregor een absurde werkelijkheid. Kafka liet daarmee zien dat dehumanisatie bij jezelf begint. Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen. Alleen de rede kan ons van dat negatieve zelfbeeld verlossen. Kafka zet de taal in als reddingsboei, als onze laatste strohalm. Een manier van overleven. Kafka leerde mij een belangrijke les: om iets te maken van het leven moet je uit bed durven te komen.
Kafka wordt altijd misantropisch gelezen. Zijn verhaal moet ons droevig stemmen. Dat is het Leitmotif: Kafka de martelaar. Max Bröd, Kafka’s vriend die de werken na zijn dood uitgaf, is voor dat beeld verantwoordelijk. Ik las Kafka meer als kinderboekenschrijver, De gedaanteverwisseling als een bizar sprookje. Ik las Kafka voordat ik Kafka las.
Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’. Net als in de wereld van de jongvolwassenen. Kafka schreef De Gedaanteverwisseling om de kloof tussen de ‘ik’ en de ander te dichten. Het dichten van die kloof: uiteindelijk staat dat in alle grote literatuur centraal.”

commentaar door Jerry Mager, 01 mei 2012

Meneer Benali ik vind dit: een sympathiek geschreven interpretatie en een optimistische impressie van Kafka’s verhalen.
In deze periode, met zijn herdenkingen van absurditeiten op grote schaal, is het lezen van Kafka nog niet zo’n gek idee.
Tja, maar dan schrijft u: “Wij zijn insecten in onze eigen ogen en daar beginnen de maatschappelijke problemen.” Ik kan het niet helpen, maar dat zult u – zeker in dit kader – toch vast niet bedoelen als: allemaal eigen schuld dikke bult? Alles Ungeziefer!

Bij uw filosofie van uit bed komen om iets van je leven te maken, plaats ik kanttekeningen. Ik vind hem veel te zwaar en te nadrukkelijk VNO-NCW angehaucht naar mijn smaak.
Het komt me voor dat ook Kafka uit bed komen niet dadelijk aanbeveelt voor een gelukkig leven.
Immers: zowel voor Gregor Samsa als voor Josef K. begint de narigheid in de vroege morgen, met het ontwaken en bij het uit bed komen: “Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.” & “Jemand muszte Josef K. verleumdet haben, denn ohne dasz er etwas Böses getan hätte, wurde er eines Morgens verhaftet.”
De ongelukkigen, hadden ze maar onder de dekens kunnen blijven!
Frappant dat K. – of de verteller – direct aan het begin van dit verhaal een mogelijke reden oppert voor de arrestatie van K.. Waarom zou iemand je moeten hebben belasterd om opgepakt te worden? Waarom zou je überhaupt iets verkeerds moeten hebben gedaan om voor het gerecht gesleept te worden? Dat is een absurd idee, zoals uit de rest van het verhaal duidelijk wordt.

Over Samsa schrijft u treffend: “Hij moet vooral nog op tijd komen voor werk. Dat is lastig, als levensgrote mestkever.” Inderdaad, ik zie ze ’s morgens haastig scharrelen om op tijd op hun werk te komen, die krioelende drommen mestkevers. De OV-poortjes maken het nog moeilijker, maar ook dat hoort bij de absurditeit van het leven
Vladimir Nabokov merkt ergens op dat Gregor niet beseft dat hij onder zijn schild vleugels heeft waarmee hij weg kan vliegen, uit het raam van zijn kamer. Ook mestkevers kunnen vliegen, als ze zich tenminste niet blijven inbeelden mensen te zijn.
Volgens Max Brod zou K. met zijn innerlijke rechter in de clinch liggen. U hint daar ook op: “ Bij Kafka gaat het om Gregor, om de ‘ik’.” Nou, dat geef ik je te doen. In dat geval zal menigeen zelfs aan een jaar in bed vast niet genoeg hebben.
Wat de absurditeit van ‘ Het proces’ voor mij echter helemaal opheft, is het gegeven dat K. voorwaardelijk wordt vrijgesproken – in plaats van voorwaardelijk veroordeeld. Kafka plaatst met de voorwaardelijke vrijspraak de dingen in het juiste perspectief. Niet dat de wereld daar een grein minder absurd door wordt. Gelukkig maar.

Bas Heijne in De Standaard van maandag 10 september 2012

licht ingekorte versie

Twee jaar geleden, aan de vooravond van de vorige verkiezingen, ontlokte Geert Wilders tijdens het Carré-debat hoongelach aan de zaal, omdat hij ongeacht de vraag steevast over massa-immigratie begon. In de peilingen stond hij op achttien zetels. Hij haalde er vierentwintig.

Afgelopen dinsdag, tijdens het Carré-debat aan de vooravond van de komende verkiezingen, was er opnieuw hoon vanaf de tribune. Dit keer omdat Wilders in elk antwoord over Europa begon; ook toen de zorg het onderwerp was, ging hij unverfroren los over de miljarden voor de Grieken. In de peilingen staat hij op achttien zetels.
Wilders zelf is ervan overtuigd dat de geschiedenis zich zal herhalen. Zijn kiezers vergeven hem de schandalen, de stommiteiten, het gesjoemel en het gesodemieter, omdat de emotie die hij exploiteert springlevend is: waarom hier bezuinigen, terwijl er miljarden naar de Grieken gaan?
In het Jeugdjournaal afgelopen donderdag onthulde Wilders zijn ideologische bronnen: als kind was hij gek op de smurfen. Eigenlijk nog steeds: hij was pas nog naar de bioscoopfilm over de blauwe ventjes met hun witte mutsjes geweest.
De huidige europaranoia verschilt in weinig van de islamparanoia van de afgelopen jaren.

Hybris
Paranoia is altijd leerzaam. Het idee van een samenzwering voedt zich met het geriefelijke gevoel dat je zelf niet verantwoordelijk bent, dus ook schuldeloos – het zijn de anderen, de elite, die je erin geluisd hebben. De crisis in Europa is veel meer dan een economische crisis, het is een geloofscrisis. De problemen met de euro zijn niet alleen het gevolg van economische overreach — omdat je iets zo graag wilt, veronderstel je dat het ook kan — ook van humanistische hybris. Er wordt een onderlinge solidariteit verwacht die er niet is, die er nooit geweest is. We wilden het te graag.

Dat is een pijnlijke les — en fervente Europeanen als Guy Verhofstadt, die weigeren die te leren (‘Europa zal federaal zijn, of het zal niet zijn’), verdienen onze scepsis. Maar de populistische mantra luidt nu — net als in het geval van de massa-immigratie — dat het afgedwongen is. Alles is de afgelopen decennia gebeurd ‘zonder dat we erom gevraagd hebben’. Jarenlang werd tevergeefs geprobeerd belangstelling van de kiezer te wekken voor Europa, er werden Europacongressen, Europafestivals en Europabraderieën georganiseerd. Ze riepen geen emotie op — geen grote bevlogenheid, maar ook geen noemenswaardige kritiek. Dat had te denken moeten geven, maar niemand had zin erover na te denken.

Iedereen, dat is de harde waarheid, vond het wel best. Geert Wilders stemde voor de euro. Wanneer je zelf van je geloof valt, moet je niet doen alsof anderen je dat geloof hebben opgedrongen.

Misschien wordt Wilders dit keer electoraal afgesmurft. Feit blijft dat de eurocrisis een identiteitscrisis heeft blootgelegd, die veel breder is dan de paranoia van Wilders. Dit dwingt je ook je eigen geloof tegen het licht te houden. Nederland is allang niet meer denkbaar zonder Europa. Wen er aan. Maar ook: Europa is niet langer denkbaar zonder een idee van Nederland. Ook dat is wennen.

REACTIES

Op 10 september 2012, zei Jerry Mager:

Het curieuze is dat we aan de ene kant als individualisten worden bejegend – ieder haar Burgerservicenummer bijvoorbeeld, en de overheid als producent van marktbare diensten; winner takes all, etcetera – terwijl we anderzijds worden aangesproken op onze solidariteitsgevoelens als het om de euro gaat. Bizar en arrogant! Ik wil de gewone Griek en Spanjaard en Ier best helpen, maar dan NIET via banken en overheden; noch de hunne, noch de onze. Ik ben zeker solidair, maar niet met de politieke managers en bankiers die mij bedotten en besjoemelen en mij bovendien ook nog eens Europa door de neus boren door hun gestuntel en onprofessionele narcistische megalomane optredens. Met de scheppers van de smurfen is het als familie heel triest afgelopen, weet ik van personen die ooit deel uitmaakten van de miljarden business die rondom de blauwe wezentjes ontstond. Wij lopen als burger van Europa keer op keer politieke blauwtjes. Hopen dat het ons niet net zo vergaat als die sneue smurfbedenkers.

Op 10 september 2012, zei Peter W. in reactie:

Eén punt is alvast duidelijk: Geert Wilders is een platte populist/windhaan die stemmen zoekt waar hij ze hoopt te vinden. De EU heeft zeker een probleem wat perceptie betreft bij de ingezetenen van de (oude) lidstaten. Een niet onbelangrijke oorzaak is de manier waarop onze nationale regeringen zich achter de EU verschuilen om onsympathieke maatregelen te verkopen aan de bevolking en anderzijds steevast de EU(-financiering) ‘vergeten’ bij de aankondiging van positieve projecten. Ik ga hier geen lofzang afsteken, maar wil toch aanmoedigen om de facts & figures te volgen vooraleer een zoveelste sneer uit te delen die gegarandeerd op veel bijval zal rekenen (vooral van diegenen die amper weten waar de EU voor staat). Ik wens Wilders veel succes mocht hij er ooit in slagen om NL uit de EU te lichten: de Hollanders zullen bvb. nog veel kaas moeten eten eens ze die nauwelijks nog zullen kunnen exporteren en Antwerpen zal hem dankbaar zijn met de verschrompeling van R’dam als haven.

Het zijn onze nationale bestuurders die de blaam verdienen. Zij wisten heel goed wat voor rampzalige beslissing ze namen door landen als Griekenland toe te laten tot de euro. Zéér goed zelfs; ze gingen daarmee in tegen hun eigen spelregels. Minister Reynders (B) sprak uit de biecht door dat ook zo onomwonden toe te geven. Maar ja, wij hadden toe dhr. Dehaene als ‘bekwame stuurman’ die de problemen liever oploste wanneer ze zich zouden stellen. Dat heeft met de EU zelf niet veel vandoen; des te meer met het democratisch manco in de lidstaten. Want hebben we niet allemaal de mogelijkheid (gehad) om dat soort onzinnigheden af te blokken? Of beter: af te laten blokken door onze democratisch verkozen bestuurders? Op dat punt hebben we in EU een machtspositie zéér ver boven ons gewicht (vetorecht). Het is m.i. vooral zaak om onze politieke ‘honden’ aan de leiband te leggen en hen te verbieden om eigenmachtig te freewheelen in de EU. Want als het misloopt zijn zij het natuurlijk nooit geweest

Op 10 september 2012 reageert Jerry Mager:

Peter W., u mag gelijk hebben met uw wijzende vinger naar onze bestuurders en uw kwalificaties van Wilders, maar …… Wie houdt die mensen op het pluche, helpt hen aan de macht? Dat zijn al die kiezers die steeds weer op dezelfde piepeltjes stemmen, of ze nu Reynders heten, Dehaene, Rutte, Verhofstadt, Buma, Roemer, Cameron, Merkel, Hollande en de rest, inclusief de Griekse griezels. Zij zijn de lui die per betaalde staatsauto van betaald hotel naar betaald diner rijden. Hun wedden zijn geïndexeerd, hun pensioen en wachtgeld zijn solide, waardevast en veilig. Voor hen is Europa iets heel anders dan voor u en mij: de smurfen, de muppets. Daar zijn die lui allemaal gek op, niet alleen Wilders. Natuurlijk! Suf stemvee, o zo makkelijk bang te maken en te manipuleren. Steeds opnieuw. Wilders werkt precies op het juist niveau: hurkhoogte en lager. Al die andere pratende hoofden zijn geen haar beter.

Natuurlijk willen wij (Europese) solidariteit, die kun je als weldenkenden toch nooit te graag willen? Alleen moeten er wel betrouwbare en kundige personen zijn die dat kunnen bewerkstelligen. Hoeveel Nederlanders stemmen er straks op 12 september ongeldig? Om een niet mis te verstaan statement te maken. Wij trappen er wederom grandioos in, we happen gretig en rollen plukharend over straat wanneer de politiekers de endogene problemen die inherent zijn aan de structuur en samenstelling van de euromuntunie reduceren tot een infantiel welles/nietes meer geld naar Griekenland, en welles/nietes de eurozone in stand houden – vanwege onze pensioenen die door incompetente bankiers zijn geïnvesteerd in landen met inherent zwakke economieën. Het zijn symptomen die zij als rookgordijn optrekken. De grondvraag luidt of wij ons nu reeds Europeaan genoeg voelen en weten om onze interne grenzen te slechten en de Europese nationaliteit aan te nemen.

Wilt u bijvoorbeeld als Belg vanzelfsprekend in een leger vechten onder een Poolse sergeant, een Letse kapitein en een Bulgaarse generaal om uw leven te wagen voor Duitse en Franse grond, tegen bijvoorbeeld de Chinezen? Ik noem maar wat, want de Chinezen hoeven niet per se onze directe tegenstanders te zijn, natuurlijk. Amerika lijkt me waarschijnlijker. Wat is er tegen een vrijhandelsunie? Om te wennen en om naar elkaar toe groeien, om te zien of dat lukt – op den duur? Intussen moeten we rap orde op zaken stellen in onze financiële sector en ervoor zorgen dat onze moeder en vader in het verpleeghuis niet meer de hele dag in een natte luier hoeven zitten stinken. We moeten zorgen dat onze kinderen weer goed onderwijs krijgen en dat onze Volksvertegenwoordigers weer het Volk vertegenwoordigen en niet langer op de egotrip-toer kunnen gaan. Bas Heijne kan weleens gelijk krijgen ten aanzien van Wilders: weer tig zetels scoren. Een schrale troost: de andere partijen zijn niet beter.

Op 10 september 2012, zei Peter W.:
Jerry, een democratie is veel meer dan een spelletje lagere wiskunde. Eens je weet hoe dat spelletje precies werkt, dan weet je ook waarom we telkens dezelfde koppen in het pluche aantreffen. Daar bestaan heel interessante boeken over. (tip: ‘the calculus of consent’ G. Tullock) We leren altijd bij; de jongste financiële crisis moet als conclusie hebben dat het grondwettelijk verboden moet worden voor een regering om begrotingstekorten op te lopen groter dan 3% (en liefst nog minder). De huidige malaise moet ons nu toch eindelijk eens leren dat onze bestuurders geen blanco cheque krijgen van de kiezer, maar dat ze verantwoording verschuldigd zijn op basis van een aantal heldere principes. Na de zakenwereld moet ook de politiek leren wat ‘behoorlijk bestuur’ is (naar analogie met de ‘corporate governance’) en dit moet ook hard gecodeerd worden in onze basiswetten. Zoals in: strafrechtelijk te beteugelen. En geef het parlement haar primauteit terug. Zo was onze democratie ook bedoeld.

Op 10 september 2012 reageert Jerry Mager:

@Peter, een malaise leert politiekers niets, dat kunnen alleen kiezers doen en wel door niet te stemmen. Dat is het enige waar politiekers naar kijken: hoeveel stemmen, hoeveel zetels, heb ik gescored? Dat namelijk betekent geld en macht. Om uw conclusie die u uit de financiële crisis trekt – hoe correct ook – geven de pratende hoofden geen biet. Die blanco cheque geven de meeste kiezers toch weer af. Heeft de zakenwereld geleerd wat behoorlijke governance is? Ik merk daar niets van. Bovendien acht ik zakenmensen nog net ietsje intelligenter dan politici. De laatsten gokken namelijk niet met hun eigen geld – dat doen bankiers ook niet – maar met uw en mijn centen. Dat heet dus veilig gókken en niet risico-met-verantwoordelijkheid-nemen hè! Hoe ze ook knoeien en kneuteren, zij blijven gevrijwaard voor de gevolgen van hun daden. Dat is de makke van ons systeem (geworden). De democratie kan zo niet bedoeld zijn, momenteel werkt ze wel zo. Cui bono?

“Consumentenzaken”
door Karin De Ruyter in De Standaard van maandag 27 augustus 2012

(ingekorte tekst)
Vijf weken al heerst er nagenoeg onverstoorde rust in de Wetstraat. De talrijke ministers en parlementsleden die we rijk zijn in dit land, genieten van een welverdiende vakantie — die ze hoogstens even onderbraken om onze olympische atleten te gaan aanmoedigen of om, minder prettig, de uitvaart van een overleden (ex-)collega bij te wonen.
Eén excellentie was, ondanks de zomerluwte, heel die tijd evenwel niet uit het nieuws weg te slaan: vicepremier, minister van Economie en Consumentenzaken Johan Vande Lanotte (SP.A).

Zelfs toen hij dan toch eventjes met vakantie vertrok, haalde hij nog de kranten. ‘Eigenlijk blijf ik liever thuis. Ik heb hier niks te doen’, klaagde hij in een interview dat hij gaf in het zuiden van Frankrijk, waar hij een nochtans niet onaardig ogende mas had gehuurd. Maar vooral de uitspraak dat ‘zwemmen veel te nat’ is, uit de mond van de ongekroonde Keizer van de Koningin der Badsteden én de minister van de Noordzee, kreeg een brede weerklank in de nationale pers.
…….. ……… ……… ……..
Maar tussen al die wissewasjes door, en terwijl zijn collega’s nog rustig bij het zwembad vertoeven, heeft Vande Lanotte tijdens het reces natuurlijk vooral de agenda gezet voor de start van het nieuwe politieke jaar: zijn strijd tegen Electrabel en de hoge elektriciteitsprijzen, de volksleningen om de economie te stimuleren, de uitspraken van Luc Coene over Dexia en de begroting… we zullen er de komende weken nog meer van horen dan ons misschien lief is.

Op 28 augustus 2012, zei Jerry Mager:

Saillant dat jullie een vicepremier hebben die tegelijk Minister van Economie en Consumentenzaken is. Dat vind ik meer iets Nederlands. Ik bedoel dat Consumentenzaken. Het tekent onze tijd precies: economie bezien als hoofdzakelijk consumentisme en de burger vooral als consument. Ook consument van politieke producten. Aristoteles zei al: het pathos van het volk is belangrijk voor het ethos van de bestuurder (ik vat het maar vrij parafraserend samen). Weten wat het volk bezighoudt en de politieker kan met marketing-experts (vroeger middels empathie) de kiezersmarkt bespelen. Intussen komt de politiek er onomwonden en tamelijk schaamteloos voor uit. In Nederland zou het volk geobsedeerd zijn door een gevoel van onveiligheid en voilà er wordt een nieuwe naam bedacht voor het voormalige Ministerie van Justitie door daar Veiligheid aan toe te voegen.

In plaats van bijvoorbeeld Ministerie van Justitie, Recht en Rechtvaardigheid. Kijk op de webstek van de VVD’er Ivo Opstelten, die dus zowaar Nederlands Minister van Veiligheid en Justitie heet te zijn, voor ‘s mans mission statement en er blijft niets te raden ver. Niets te raden, maar des te meer te wensen. Althans voor mij. De ongebreidelde losgeslagen financiële biotoop is volgens mij de grootste en gevaarlijkste dreiging van onze democratische verworvenheden en rechtsorde, maar voor dat gevaar, die dreiging, staat onze Minister van Veiligheid natuurlijk niet op de bres. Bovendien wordt door de benaming Ministerie van Veiligheid tegelijk gesuggereerd dat wij permanent in gevaar zouden verkeren en dus niet zonder Ivo kunnen. Dan vind ik een Minister van Consumentenzaken nog net iets gezelliger en gemoedelijker. Minder demagogisch ook. Al is het ook niet alles om vooral als wandelende portemonnee en eetgat beschouwd en gezien te worden door diegenen die over je zijn gesteld.

“O dark dark dark. They all go into the dark,
The vacant interstellar spaces, the vacant into the vacant,
The captains, merchant bankers, eminent men of letters,
The generous patrons of art, the statesmen and the rulers,
Distinguished civil servants, chairmen of many committees,
Industrial lords and petty contractors, all go into the dark,
And dark the Sun and Moon, and the Almanach de Gotha
And the Stock Exchange Gazette, the Directory of Directors,
And cold the sense and lost the motive of action.”
T.S. Eliot, in: Four Quartets

Niks onafhankelijk onderzoek (over LIBOR & Barclay)
door Joris Luyendijk in De Standaard van vrijdag 06 juli 2012

* ingekort zie de Standaard voor de volledige versie *

Naar aanleiding van het Libor-schandaal komt er een parlementair onderzoek naar de praktijk en cultuur van de financiële sector in Londen en dat zal niks opleveren.
Zo. Dat was een boude bewering en ze klopt natuurlijk niet. Zo’n onderzoek gaat van alles opleveren. We zullen horen over beurshandelaren die met elkaar de belangrijkste rentevoet ter wereld manipuleerden. Misschien komen we meer te weten over banken die de controle over hun IT kwijt zijn, en over bankiers die consumenten, ondernemingen en instellingen polissen of producten aanpraten waar alleen hun bank rijker van wordt.

Het probleem zit ‘m in het woord ‘parlementair’. Nodig is een onafhankelijk onderzoek, waarbij politici niet de vragen stellen, maar ze beantwoorden. Afgelopen zaterdag stond er een interview in The Financial Times met Tony Blair. Min of meer terloops werd vermeld dat de oud premier als ‘speciaal adviseur’ is verbonden aan de grootste bank in het Westen, JP Morgan Chase. Het is een parttimefunctie waarvoor Blair volgens The Financial Times per jaar 2,5 miljoen pond ontvangt.
Leest u die zin nog een keer: de oud-premier van Groot-Brittannië krijgt van de machtigste bank ter wereld voor ‘advieswerk’ in één jaar meer geld dan hij in een decennium verdiende als premier. Zulke ‘levens-veranderende beloningen’ staan de machtigste politici te wachten nadat ze zich terugtrekken uit de actieve politiek. Mits…
Ja, mits wat? Dat zou je wel willen weten. Zoals je ook benieuwd bent naar de aard van dat ‘advieswerk’. Doet Blair een beroep op contacten die hij tijdens zijn premierschap aan zich heeft verplicht? Heeft hij destijds iets voor dat contact geregeld, en komt hij nu namens JP Morgan Chase een tegendienst ‘halen’? Wat zijn de quids en wat zijn de quo’s, en minstens zo interessant: wat doet Blair allemaal niet als ‘speciaal adviseur’? Kan hij zich bijvoorbeeld nog sterk maken voor het opbreken van banken die Te Groot Om Te Redden zijn (Too Big to Rescue) zoals… JP Morgan Chase? We weten het niet, en we zullen het ook niet weten, want Blair wil het niet vertellen.
….. …… …..
De Labourpartij maakt zich in ieder geval sterk voor een onafhankelijk onderzoek, naar eigen zeggen om ‘het vertrouwen van het publiek in de financiële sector te herstellen’. Mocht zo’n onderzoek er echt komen, en net zo grondig blijken als het nu lopende onderzoek naar de verstrengeling van politici met het media-imperium van de familie Murdoch, dan zal dat vertrouwen eerder dalen dan stijgen. Het is namelijk waarschijnlijk allemaal nog veel erger gesteld met de financiële wereld dan veel mensen denken.
….. …. …

Commentaren (zie de Standaard voor meer)

The universal regard for money is the one hopeful fact in our civilization, the one sound spot in our social conscience. Money is the most important thing in the world. It represents health, strength, honor, generosity and beauty as conspicuously and undeniably as the want of it represents illness, weakness, disgrace, meanness and ugliness. It is only when it is cheapened to worthlessness for some, and made impossibly dear to others, that it becomes a curse.
In short, it is a curse only in such foolish social conditions that life itself is a curse.
For the two things are inseparable: money is the counter that enables life to be distributed socially: it is life as truly as sovereigns and bank notes are money.
George Bernard Shaw (1905) in: Major Barbara (the preface)

Op 06 juli 2012, zei Jerry Mager:

In ‘The Puppet and the Dwarf’ formuleert Slavoj Zizek volgens mij nauwkeurig en treffend wat ook Luyendijk hier te berde brengt over geloven – en intussen vele, vele, anderen met Luyendijk (impliciet) menen als het om vertrouwen en geloven gaat: ‘[A]uthentic philosophers are not interested in analyzing the hypocrisy of the dominant system, which is widespread and easily identifiable; what surprises them is the exact opposite – not that people do not ‘really believe,’ and act upon their professed principles, but that people who profess their cynical distance and radical pragmatic opportunism secretly believe more than they are willing to admit, even if they transpose these beliefs onto (nonexistent) ‘others” . U kunt googlen op: Zizek; puppet and dwarf; belief, etc., of bijvoorbeeld rechtstreeks naar de site: art3idea.psu.edu/locus/Puppet_Dwarf.pdf Van Zizek staan veel teksten op internet.

Op 06 juli 2012 omstreeks 04:33, zei Gert V., Leuven:

Wij zijn strandjeanetten dat wij ons laten kloten en verarmen door die cynische financiële loser boys. Inderdaad, zoals het artikel stelt, is het in de financiele wereld nog veel erger gesteld dan velen nu weten. Domheid cultiveert neoliberalisme en markttotalitarisme… want ‘het is nu eenmaal zo in de economie’… klinkt als een religie, nietwaar. Laat ons stoppen met het aanbidden van de neoliberale, elitaire waanzin van NVA-VOKA-VB, en opnieuw naar de belangen ons van gewone mensen kijken. Moeilijk is dat niet, hoor

Op 06 juli 2012 omstreeks 15:19, zei Alex Verlinden, Grobbendonk:

Op het eerste zicht lijken de feiten Gert V. gelijk te geven. Reeds sinds zeer lang herinner ik mij zijn interventies op dit forum. Dat zou kunnen geïnterpreteerd worden als blootstelling aan “neoliberalisme en markttotalitarisme”. En ondanks het feit dat hij opereert uit Leuven, een stad die met o.a. een Universiteit – trouwens mijn Alma Mater – het denken zou moeten aanmoedigen, lijkt datzelfde knopje “nadenken” bij hem al een tijdje uitgeschakeld. Dat wordt inderdaad in de vaklitteratuur dikwijls gelijkgesteld aan “domheid”. Een bewijs dus van zijn eigen stelling. Het probleem met die redenering zit ‘m echter in de oorspronkelijke veronderstellingen. Een maatschappij met meer dan 50% Overheid is niet “(neo)liberaal”, maar is etatistisch, waar de Overheid op vele mogelijke en onmogelijke manieren ingrijpt in het Marktmechanisme, met dikwijls negatieve gevolgen voor de gebruikers. Geen bewijs dus, en dat is gunstig voor hem!… Tenzij hijzelf dat knopje heeft uitgezet

Op 07 juli 2012 omstreeks 13:31, zei Jerry Mager:

@ Alex Verlinden, U kunt gelijk hebben en toch ook weer niet. Zonder aan haarkloverij of sofistiek te willen doen: wat is “ de markt” en wat hoort er bij en wat niet. Evenzo voor “de Overheid” ? In Nederland weet niemand dat meer, al was het alleen omdat er inmiddels een zogenaamd Maatschappelijk MiddenVeld is geschapen dat als politiek-bestuurlijk moeras fungeert. In dat MMV wisselen bestuurder/managers naar believen van pet: gaat het om winst dan zijn ze entrepreneurs en staan vooraan om te cashen, gaat het mis dan schieten ze onder de beschermende paraplu van de Staat en schuiven de verliezen van hun geklungel af op de belastingbetaler; rekening Rijk, zeiden we vroeger in militaire dienst. Vooral als het om hun wedden en emolumenten gaat. Ik ben helemaal niet tegen marktwerking, maar dan wel een échte. Net zo min ben ik tegen Europa – hoe zou dat nog kunnen!? – maar dan wel een deugdelijk geconstrueerd Europa, met kundige en betrouwbare stuurlui aan het roer en achter de knoppen.

Op 07 juli 2012 omstreeks 14:08, zei Jerry Mager:

Toen ik de passage van Slavoj Zizek uit ‘The P&D’ in het boek (MIT, 2003, ISBN 0-262-74025-7, p.8 ) nasloeg (zie 6 juli), kwam ik op een andere treffende observatie van SZ, op p.96. Het draait om geld en vertrouwen, waar het ook bij Joris L. om gaat. SZ schrijft (ik vertaal en parafraseer, jm): Op de hedendaagse markt vinden we tal van producten die zijn ontdaan van hun kwaadaardige/maligne eigenschappen: koffie zonder cafeïne, room zonder vet, bier zonder alcohol …. En de lijst gaat verder: wat te denken van virtuele sex als sex zonder sex, of oorlog zonder slachtoffers (aan onze kant tenminste) … En dan komt het, wat te denken van: “the contemporary redefinition of politics as the art of expert administration as politics without politics.” [zie hierover ook Sheldon Wolin: ‘Democracy Incorporated’].

We krijgen een virtuele werkelijkheid voorgeschoteld: “reality itself deprived of its substance … Virtual Reality is experienced as reality without being so. ..….. Everything is permitted, you can enjoy everything but [‘but’ staat cursief in de tekst; jm] deprived of its substance, which makes it dangerous.” (Dit laatste stuk vind ik ambigu: wàt wordt er gevaarlijk?).
Ik trek de redenering door naar bankieren zonder geld – het gaat intussen om niet te bevatten grote getallen, in feite gaat het om monopoly geld – maar bankieren als zwaar spelen met vertrouwen. Net als politiek bedrijven, komt bankieren per saldo neer op het omgaan met vertrouwen: vertrouwen van het publiek, van de klant en van de kiezer.

Als dat vertrouwen erodeert, wegvalt, blijft er niets meer over van wat er op voorhand al niet meer was (sic!) en dat maakt het gevaarlijk. Ik geloof niet dat er veel politiekers en/of bankiers zijn die reflecteren op de diepere achtergronden van hun handelen en denken. Daarom slingeren we als op een stuurloze bark op de golven van deze turbulente tijden. Zizek vind ik inspirerende kost, omdat hij vele dingen die wij eigenlijk zelf al weten, net even anders presenteert, in een net iets ander licht plaatst en daarbij uit alle vormen van cultuuruitingen (vooral films en literatuur) put.

LEZEN & LINKS

Het citaat van T.S. Eliot aan het begin, staat als motto voorin de biografie over Tony Blair van de Olleviers.
Bernard Ollevier & Ivan Ollevier (2004): De man die nergens vandaan kwam: Tony Blair en New Labour – Amsterdam/Antwerpen: Contact, ISBN: 9789045010601 (paper: 9789045010601)

Citaat George Bernard Shaw (1905) komt uit het voorwoord van Major Barbara
De tekst van Major Barbara staat o.a. op http://www.gutenberg.org/files/3789/3789-h/3789-h.htm

Galbraith, James K. (2008): The Predator State How Conservatives Abandoned the Free Market and Why Liberals Should Too – 221 pages / New York, London, Toronto, Sydney: Free Press, zie http://www.nytimes.com/2008/09/27/arts/27iht-IDSIDE27.1.16502204.html & http://predatorstate.com/

Wolin, Sheldon S. (2008): Democracy Incorporated: Managed Democracy and the Specter of Inverted Totalitarianism / Princeton/ ISBN13: 978 069 113 5663
376 pp.

Žižek, Slavoj (2003): The Puppet and the Dwarf. The Perverse Core of Christianity
MIT Press, 2003; ISBN 0-262-74025-7 (paperback) – Review o.a. op http://metapsychology.mentalhelp.net/poc/view_doc.php?type=book&id=2038&cn=395

over ‘LIBOR’

Waar staat LIBOR (= London Interbank Offered Rate) voor?, zie http://nl.global-rates.com/rentestanden/libor/libor.aspx

Over het LIBOR-schandaal, onder andere de Financial Times, zie http://www.ft.com/indepth/libor-scandal

BBC – Timeline: Barclays’ widening Libor-fixing scandal, zie http://www.bbc.co.uk/news/business-18671255